Grasparkieten, kooien en benodigdheden

De Grasparkiet

De grasparkiet (Melopsittacus undulatus) behoort tot de papegaaiachtigen en komt in het wild in grote zwermen, van soms wel enkele duizenden vogels, in Australië  voor, te vergelijken met een grote spreeuwenplaag hier. Hij komt daar voornamelijk in het zuidoosten voor in de staten Nieuw Zuid-Wales, Victoria en Queensland. Twee belangrijke  factoren voor de leefomgeving, in het wild, zijn kangaroogras, voor het zaad, en eucalyptusbomen voor nestholtes, eucalyptusolie (stimulerend en genezend) en het korstmos op dode bomen hierin zit o.a. iodine en mangaan.

Algemeen
Als parkieten alleen in een kooi worden gehouden hebben ze veel aandacht nodig, omdat ze zich anders gaan vervelen; het zijn groepsdieren en daarom is het beter om er twee of meer te houden (bij voorkeur een even aantal). Speelgoed en/of klimgerei is nodig. Parkietjes zijn vrolijke ondernemende vogeltjes  die erg tam kunnen worden, vooral als ze van jongs af aan met mensen in aanraking zijn geweest. Sommige grasparkieten kunnen gaan praten, maar de meeste parkieten willen of kunnen gewoon niet praten.

Verenkleed
Een parkiet heeft donsveren en dekveren. De donsveren
zorgen voor de warmte, de dekveren tegen beschadigingen. De veren zorgen voor een waterafstotende isolatie. Buitenshuis ruien  de parkieten zo'n twee keer per jaar; binnenshuis soms wel vaker. Oorspronkelijk was het grasparkietje groen, nu zijn ze er in allerlei kleurslagen, waarvan blauw en geel de bekendste zijn.

Neusdop
Aan de neusdop is te zien of het een mannetje (man) of een vrouwtje (pop) is. Dit is het stukje kaal vlees op de bovensnavel waarin de neusgaten zitten. Mannetjes hebben een blauwe neusdop. De popjes hebben een roze/lichtbeige neusdop. Bij het popje wordt de neusdop bruin als ze in broedstemming is. Jonge mannetjes hebben meestal een lichtbeige/bruine neusdop en popjes een blauwe met witte ringen om de neusgaatjes, waardoor het voor leken moeilijk is om het geslacht te bepalen. Na ongeveer 6 weken, het moment dat de jonkies de ouders mogen verlaten, is het voor een ervaren kweker wel te zien of het een mannetje of een popje is. De neusdop verkleurt na de jeugdrui (ongeveer 12 weken).

De kooi
De kooi moet in een zonnige of lichte kamer geplaatst worden, maar nooit in de directe zon en niet op de tocht. De parkiet is een sociaal dier en stelt gezelschap en aanspraak op prijs. Hij kan niet goed tegen rook/kookdampen. Het is gezond als hij geregeld in de kamer los kan vliegen, waarbij de veiligheid wel voorop staat: ramen (zeker in het begin) bedekken, andere huisdieren de kamer uit, giftige kamerplanten verwijderen. Parkieten houden van schone en droge kooien. De kooi moet voldoende ruim zijn, zeker als de parkiet zelden/nooit los mag vliegen.

Tam maken
Het tam maken van een grasparkietje vergt veel tijd
en doorzettingsvermogen. Het beste is om een jong
grasparkietje van ongeveer 6 weken oud die net
zelfstandig kan eten, bij een kweker aan te schaffen.
Maar let op ook tussen de kwekers zitten rotte appels.
Als je eenmaal je grasparkietje in huis hebt is het belangrijk dat hij in een rustige omgeving terecht komt. Zet de kooi tegen een muur zodat hij een “vrije rug” heeft en maar 3 zijden in de gaten hoeft te houden. Ook moet de plek tochtvrij zijn en niet voor langere tijd in de volle zon staan.
Laat je nieuwe aanwinst de eerste dag zoveel mogelijk met rust, hoe moeilijk dat ook is... De tweede dag begin je langzaam met voorzichtig je hand in de kooi te steken en hem handtam te maken. Je kunt de kweker ook vragen om dit al te doen als hij nog in het nestblok zit, dit scheelt weer tijd voor jou. Bij de eerste pogingen kan het zo zijn dat je parkietje als een gek tekeer gaat in de kooi, heel belangrijk is dan om je hand niet uit de kooi te halen maar in de kooi te laten rusten en er pas uit te halen als hij volledig bedaard is. Dit doe je met ruime tussenpozen, je moet in het begin niet teveel vergen van je parkietje. Dit bouw je langzaam op, goed naar je parkietje “luisteren”. Als hij geen zin heeft meteen ophouden. Na enkele dagen kun je hem proberen te paaien met wat trosgierst. Ook kun je langzaam proberen hem op je vinger te laten zitten. Als dat eenmaal lukt kun je hem “loslaten” en hem de kamer laten verkennen. Let op sluit deuren en gordijnen, met volle snelheid tegen een raam aanvliegen kan ernstige gevolgen hebben voor je nieuwe aanwinst. Als hij tot rust is gekomen probeer je hem weer op je vinger te laten gaan zitten. Zo ga je steeds verder met het tam maken. Bij de een gaat dit wat sneller als bij de ander, maar je ziet heel snel vooruitgang, dit omdat de grasparkiet een ontzettend nieuwsgierig vogeltje is. Zie voor Piet's stappenplan de button links in t menu: "Tam maken".

Praten
Parkieten kunnen, net als de meeste andere papegaaiachtigen, leren geluiden te imiteren. Het is moeilijk om het hem te leren maar het resultaat is prachtig. Met 'spraakles' kan men het beste vroeg beginnen. Naar mijn waarnemingen en wat ik van diverse kanten hoor zijn mannetjes de betere “praters” , maar hier zijn de meningen over verdeeld. Of ze willen praten hangt af van het karakter en de intelligentie van de parkiet, je hebt nu eenmaal net als bij mensen, minder begaafde en hele slimme parkieten. Begin met het aanleren van eenvoudige woordjes zoals 'hallo' of met de naam van de vogel, als die tenminste niet langer is dan twee lettergrepen. De stem van een vrouw of kind is makkelijker te imiteren vanwege de hogere toon. Overweeg dit bij de beslissing wie in het gezin de logopedist mag worden. Geef elke dag even spraakles, liefst 's ochtends of in het begin van de avond, wanneer de vogel het actiefst is. Zorg dat de vogel tijdens de les niet wordt afgeleid door de televisie, de radio of door andere mensen en vogels. Het moet heel rustig zijn, zodat je kunt rekenen op de volledige aandacht van de vogel. De sleutel tot succes is het blijven herhalen van een woord. Haal geen woorden door elkaar, en ga pas verder met een nieuw woord wanneer de parkiet het vorige woord onder de knie heeft.

Eten en drinken
Tamme parkiet van Piet eet  een boterham.

·In de natuur leven parkieten vooral van graszaden. Zaad wordt daarom vaak gezien als volwaardige voeding, maar is het niet. Geïmporteerd uit landen waar volop gebruikgemaakt wordt van pesticiden en andere chemicaliën is het geven van zaad uiteindelijk de oorzaak van de meeste gezondheidsproblemen bij parkieten en papegaaien. De beste voeding is een compleetvoer, ook pellets genoemd. Dit voer bevat alle benodigde voedingsstoffen en, heel belangrijk, in de juiste verhouding. Geeft u een zaadmengsel, geef dan pas nieuw zaad als het bakje vrijwel geheel leeg is, om te voorkomen dat de vogel er de lekkerste zaadjes steeds uitpikt waardoor het dieet te eenzijdig wordt.

·Extraatjes als groente, fruit en ook kruiden als peterselie en basilicumkunnen naast de pellets/zaden gegeven worden, maar in kleine hoeveelheden. Mijn parkietjes zijn helemaal dol op paardebloem, niet de bloem zelf maar de bladeren en wortel, en vogelmuur, ook geweekt brood gaat erin als peperkoek. Dit laatste is tijdens het broedseizoen een “ fastfood  “, omdat de ouders dit snel in grotere hoeveelheden door kunnen geven aan de jonkies. Let op! geef geen avocado, dit is giftig voor parkieten en papegaaien. Stukjes appelschil worden vaak gewaardeerd om aan te knabbelen.

·Als de parkiet in de rui is en in het broedseizoen, is het aan te raden om eivoer te geven als extraatje.

Zeeschuim is het inwendig skelet van de zeekat waar een parkiet zijn snavel aan kan scherpen en kalk uit
kan opnemen, dit laatste is vooral van belang voor leggende vrouwtjes. Bij de meeste mensen bekend als
sepia. Zelf op het strand gevonden sepia dient echter eerst langdurig te worden gespoeld of uitgekookt om
het zeezout eruit te verwijderen.

·Altijd vers drinkwater  ter beschikking stellen, hoewel hij uit droge streken komt en niet veel drinkt. Bij proeven is gebleken dat sommige grasparkietjes wel 20 dagen zonder water kunnen. Parkietjes gaan ook graag in bad (als hij dat niet wil kun je hem nevelen met een plantenspuit (niet direct besproeien), dan staat hij onder een soort douche). Gebruik geen middeltjes die door het drinkwater gegeven moeten worden als bijvoorbeeld extra vitaminen, aangezien er nauwelijks mee gedoseerd kan worden.

·Het is belangrijk dat er in de kooi ook een bakje met grit ook wel maagkiezel genoemd (voor de spijsvertering) en vogelmineralen (voor de kalkvoorziening) aanwezig is. Ook een mineralenblok is onontbeerlijk omdat hier iodine in zit en voor het slijpen van de snavel.

Snoepstokken zijn overbodig vanwege teveel suiker, een beter alternatief is trosgierst (dat is wel vet, dus niet te veel geven). Dit is ook te gebruiken als beloning om een parkiet iets te leren of tam te maken.

·Als de parkiet aan het broeden is of jongen heeft, is het aan te raden tijdig eivoer te geven. Dit is krachtvoer met extra voedingsmiddelen die de parkiet tijdens deze periode nodig zal hebben. Let alleen wel op dat dit iedere dag ververst wordt en dat het niet in aanraking komt met water (bijvoorbeeld regen), want dan kan er schimmel of verrotting optreden en kan de parkiet ziek worden. Het beste is, als je ze in een voliere huisvest, om het schaaltje met eivoer in het nachthok te plaatsen waar het altijd droog is.

Jonge parkietjes
De vrouwtjes leggen steeds met tussenpozen van 1 á 2 dagen een eitje. Het vrouwtje gaat dag en nacht op haar
eieren zitten om ze onder haar veren warm te houden.
Ze komt er alleen af en toe af voor de ontlasting en om een beetje te eten en/of drinken en de vleugels even uit te slaan. Ze krijgt dan eten van het mannetje die van alles bij haar brengt.  Alleen zo kunnen de kleintjes zich ontwikkelen. Parkietjes maken geen nestjes, maar broeden in een nestkastje met hierin wat zaagsel.Maar meestal volstaat een uitgefreesd kommetje in de bodemplaat van het nestblok, zodat de eitjes op hun plaats blijven liggen. Na 18 dagen komen de jonge vogeltjes uit het ei, ze zijn dan helemaal kaal en roze. De moeder eet de lege eischalen op en gebruikt ze als voedsel voor de jonge parkietjes. Het voeren gaat steeds in dezelfde volgorde: van groot naar klein. De vader helpt ook druk mee met het zoeken van eten, hij geeft het aan de moeder die het dan weer aan de jonge geeft. Als de jonkies wat groter zijn geeft het mannetje het rechtstreeks aan zijn nakomelingen. Na 28 dagen hebben de jonge vogels een volledig verenkleed. Kleine parkietjes slapen veel (daar groeien ze van). Na ongeveer 33 dagen gaan ze uit hun nestje; dan gaat vader parkiet voor ze zorgen. Na 1 week, soms al na 4 of 5 dagen, kunnen ze voor hun eigen eten zorgen.


Levensverwachting
Grasparkieten kunnen met de juiste voeding en verzorging tussen de 15 en 20 jaar oud worden. De meeste vogels halen deze leeftijd echter niet, door wegvliegen, ongelukken bij rondvliegen, verkeerde voeding of verzorging en andere oorzaken. Soms kan de dierenarts een zieke vogel met succes behandelen. Een goed geïnformeerde eigenaar heeft meer kans op een langlevende parkiet. Laat u goed informeren voordat u een vogel aanschaft. De oudste parkiet ter wereld heeft de leeftijd van 29 jaar bereikt. Hij droeg de naam Charlie.

Ziekten
ingewandsworm parkiet
Ingewandswormen: Grasparkieten zijn vrij sterke vogeltjes maar kunnen natuurlijk wel ziek worden. Bij worminfecties is dit niet altijd vast te stellen door onderzoek van de ontlasting op eieren, omdat de verblijftijd van het voedsel in de darm zo kort is dat er meestal niet veel eieren te vinden zijn. Een vogel die niet lekker is, veel 'bol zit' en weinig actief is kan een aanzienlijk wormenlast met zich meedragen. Een kuur met levamisol kan dan toch wel eens een flink aantal wormen laten uitpoepen (bijvoorbeeld 6 à 15). Geef echter nooit zomaar medicijnen zonder advies van een (vogel)dierenarts. Dierenwinkels zijn vaak erg bereid om adviezen en de bijbehorende medicijnen te verschaffen, maar hier ontbreekt bijna altijd voldoende deskundigheid. Saillant detail is bijvoorbeeld dat het verstrekken van antibiotica voor honden en katten aan strikte wetgeving gebonden is terwijl de schappen in de dierenwinkels met middeltjes voor vogels er vol mee liggen. Hier is sprake van een belang van de handel boven het belang van het dierenwelzijn. Bovendien is er veel onjuiste informatie in omloop en zijn de misverstanden en zogenaamde feiten hardnekkig en talrijk. De beste waarborg voor een gezonde vogel en het voorkomen van problemen is in de eerste plaats zijn dagelijkse voeding. Ruimte en gelegenheid om te vliegen en een schone kooi met schoon water (drinken/wassen) doen de rest.

Doorgegroeide nagels: De klauwnagels van parkieten groeien snel,vooral als ze geen geschikte zit- en klimstokken of stammen hebben. Met een scherp nagelschaartje kunnen de nagels worden ingekort. Pas wel op niet de fijne haarvaten te raken door in een keer te veel te willen afknippen.

Doorgeschoten snavel: Een misvormde snavel kan moeilijkheden veroorzaken bij het eten, maar kan op vrijwel dezelfde manier worden verholpen als te lange nagels. Pas ook nu weer op niet in het 'leven' te knippen.

Ontijdige rui: Gezonde parkieten ruien van tijd tot tijd, een normale situatie, maar soms treedt, vooral bij jonge vogels, de zogenaamde kruipersziekte op. De veren van de vogels, speciaal van staart en vleugels, vallen uit en de dieren zien er onmogelijk uit. Kruipersziekte wordt veroorzaakt door het polyomavirus. Iedere grasparkiet kan drager zijn van dit virus zonder dat dit te zien is. De jonkies zijn de eerste paar dagen nadat ze uit het eitje zijn gekomen het meest vatbaar voor dit virus.

Het beste is een rechthoekige kooi met bij voorkeur horizontale tralies, aangezien parkieten ook graag
over de tralies rondklimmen en bij voorkeur een vlakke bovenkant. De tralies mogen niet verder dan
12 mm uit elkaar staan, anders kan hij er met
z'n kopje doorheen en misschien niet meer terug. In deze kooi horen houten (natuurlijke) zitstokken. Als deze stokken verschillende diktes hebben, krijgt de parkiet minder gauw problemen met eeltknobbels op zijn voeten. Eventueel een zittouw. Ook vinden parkieten het leuk om op houten trapjes te klauteren en op een schommeltje te zitten/slapen. Als u slechts één parkietje heeft, en het parkietje geregeld gedurende langere tijd alleen is, is het verstandig om een spiegeltje in de kooi aan te brengen zodat hij denkt dat hij niet alleen is. Houd er rekening mee dat vogels af en toe rust moeten hebben ('s middags en 's nachts) en voldoende moeten (kunnen) slapen. Als de kooi in het midden van de kamer staat kan dat in dit opzicht ongunstig zijn. Beter is het de kooi tegen een muur te plaatsen, zo voelen ze zich ook veiliger. Plaats met helder weer de kooi eens buiten, maar niet op de tocht, want dan kunnen de vogels ziek worden. Zonlicht is van essentieel belang.
Als bodembedekking kunt u houtsnippers gebruiken van beukenhout of corbo van maïs. Het ouderwetse schelpenzand is volgens sommigen minder geschikt maar wordt door velen tot volle tevredenheid gebruikt. Wel belangrijk is om de bodem van de kooi geregeld (b.v. elke 1-2 weken) te verschonen.

Gastenboek

  • 03-05-2016 - Had zondag 1 mei een parkietje gekocht als verassing...  lees meer
  • 10-04-2016 - Vorige week 3 april 2016 twee lieve parkietjes opgehaald bij...  lees meer
  • 03-04-2016 - We hebben 2 lieve parkietjes gekocht bij Piet Parkiet. Ze...  lees meer
Plaats een bericht

Aanbieding

© 2013 - 2018 Piet Parkiet Dierenverblijven | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel